Kennel en fokker Tsjechoslowaakse Wolfhonden en Duitse Herders van Meisels SteeFaith onze dwerggroei pupDuitse Herder pups verwachtFoto's TsjechTsjechoslowaakse WolfhondenklupLeven met een Tsjech Duitse HerderPAWS CRETETe koop, informatie, links, contact
Van Meisels Stee
Kennel en fokker van Tsjechoslowaakse Wolfhonden en Duitse Herders
Faith onze dwerggroei pup
Sinds half april 2011 woont Faith bij ons. 




Faith is een Tsjechoslowaakse wolfhond met dwerggroei. Hoe dwerggroei tot stand komt kunt u nalezen bij het hoofdstuk "erfelijke aandoeningen".

Wij zijn zeer begaan met het welzijn en de gezondheid van het ras Tsjechoslowaakse wolfhond. Op de universiteit in Utrecht loopt een onderzoek naar deze aandoening door Professor Kooistra. Zonder groeihormonen zou Faith ten dode opgeschreven zijn. 
Juist nu er meer openheid van zaken komt, ook in NL, zullen serieuze fokkers testuitslagen openbaar maken en met de juiste combinaties gaan fokken. Zo niet dan volgt uiteindelijk uitsluiting van de rasvereniging, de N.V.T.W. voor een periode van 4 jaar. 

Niet alleen voor dit ras maar ook voor andere rassen ( Duitse Herder, Witte Herder, Saarlooswolfhond, Karelische Berenhond) is het belangrijk deze informatie te verzamelen.
Faith en haar zusje Coco zijn de laatste Tsjechoslowaakse Wolfhonden die naar Nederland komen en onder toezicht van de Universiteit van Utrecht op gaan groeien. Dit is mogelijk gemaakt door Stichting Saartje opgericht door Tanja Stoetman.

http://www.stoethoeve.nl/stichting_saartje.htm

Indien u Stichting Saartje zou willen ondersteunen dan waarderen wij dat zeer en maakt u met uw bijdrage verder onderzoek mogelijk.

Zoals bij ieder ras komen er binnen het ras erfelijke aandoeningen. Wij als fokker en kennel streven ernaar gezonde pups op de wereld te laten brengen. Hiervoor zijn diverse testen ontwikkeld.
Onze honden worden voordat zij pups voort gaan brengen gecontroleerd en getest op diverse erfelijke aandoeningen.
Een overzicht van erfelijke aandoeningen vindt u hieronder:

Hypofysaire dwerggroei
Drs. Annemarie Voorbij en Dr. Hans Kooistra
Departement Geneeskunde van Gezelschapsdieren
Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht

 

De hypofyse (of ‘hersenaanhangsel’) is een hormoonproducerende klier die via een kort steeltje verbonden is met de hersenen. Dit kliertje bestaat uit drie onderdelen: de voorkwab, de middenkwab en de achterkwab. In de voorkwab worden een zestal hormonen gemaakt die van belang zijn voor een goed verloop van vitale lichaamsfuncties, zoals groei, voortplanting, melkproductie, stofwisseling en het kunnen omgaan met stress. Deze zes hormonen zijn:
·         Groeihormoon (GH), dat o.a. heel belangrijk is voor de groei
·         Thyroïd-stimulerend hormoon (TSH), dat de schildklierfunctie reguleert
·         Prolactine (PRL), dat o.a. de melkklieren stimuleert
·         Follikel-stimulerend hormoon (FSH) en Luteïniserend hormoon (LH), die betrokken zijn bij de eisprong (ovulatie) van vrouwelijke dieren en de spermaproductie van mannelijke dieren
·         Adrenocorticotroof hormoon (ACTH), dat een stimulerende invloed heeft op de bijnierschors.
 
Een afwijking in de ontwikkeling van de hypofyse(voorkwab) kan leiden tot een tekort van één of meerdere van deze hormonen. Een treffend voorbeeld van een aandoening die door zo’n tekort veroorzaakt wordt is hypofysaire dwerggroei. Deze recessief overerfbare afwijking is bij een aantal hondenrassen beschreven, maar komt het meeste voor bij de Duitse herdershond, de Saarlooswolfhond, en de Karelische berenhond. Bij de laatste 2 rassen is het voorkomen van deze erfelijke aandoening waarschijnlijk het gevolg van het inzetten van Duitse herdershonden, die dragers waren van het afwijkende gen dat verantwoordelijk is voor de dwerggroei, in het fokprogramma.

Bij de hypofysaire dwerggroei bij de genoemde rassen is er niet alleen sprake van een tekort aan groeihormoon, maar ook aan TSH, prolactine, LH en FSH. Alleen de afgifte door de hypofyse van ACTH lijkt normaal te verlopen.

Honden die drager zijn van het afwijkende gen (= mutatie) dat verantwoordelijk is voor de dwerggroei zien er totaal hetzelfde uit als de rasgenoten die geen drager zijn. Aangezien het om een recessieve afwijking van een enkel gen gaat is wel direct duidelijk dat bij de geboorte van een hond met hypofysaire dwerggroei beide ouders dragers zijn van de afwijking.

De groeiachterstand en de afwijkende vacht worden meestal opgemerkt op een leeftijd van 2 tot 3 maanden. De haren van de vacht zitten erg los en kunnen gemakkelijk worden uitgetrokken. Als de vacht verloren gaat kan de huid gaan schilferen en wordt er meer pigment aangemaakt, waardoor de huid donker van kleur wordt. Verder worden bij dwergen als gevolg van een afgenomen plaatselijke weerstand vaak bacteriële huidinfecties gezien.

Maar het blijft niet bij de uiterlijke verschijnselen als huid- en vachtafwijkingen! Deze dwergen lijden aan een heel scala aan problemen. Het tekort aan groeihormoon leidt bijvoorbeeld ook tot een onderontwikkeling van de nieren, waardoor chronisch nierfalen ontstaat. Daarnaast lijden de dwergen, door het tekort aan TSH, aan een te traag werkende schildklier, waardoor de dwergen sloom en traag worden. Verder kan het tekort aan geslachtshormonen bij mannelijke dwergen leiden tot het niet indalen van één of beide testikels en bij de vrouwelijke dieren zien we dat de loopsheid heel vaak (maar zonder eisprong) optreedt. Hypofysaire dwerggroei is dus een ernstige handicap!

Hoewel het klinische beeld heel duidelijk lijkt te zijn, moet de definitieve diagnose gesteld worden met behulp van zogenaamde ‘hypofyse stimulatie testen’. Met deze testen kan het tekort aan groeihormoon, TSH, prolactine, LH en FSH worden aangetoond.

De behandeling van een hond met hypofysaire dwerggroei zou idealerwijs moeten bestaan uit het toedienen van groeihormoon en schildklierhormoon. Toediening van schildklierhormoon is geen probleem, maar groeihormoon voor honden is niet beschikbaar. Onderzoek heeft aangetoond dat het groeihormoon van varkens identiek is aan hondengroeihormoon. Helaas is het verboden om varkensgroeihormoon in Nederland te importeren. De Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht heeft echter toestemming gekregen om een beperkt aantal dwerghonden, zoals Faith en haar zusje Coco, in het kader van onderzoek te behandelen met varkensgroeihormoon.

Zonder behandeling is de prognose van honden met dwerggroei matig tot slecht. Veel dwerghonden worden niet ouder dan 4 tot 5 jaar. Sommige dwerghonden worden ouder, waarschijnlijk omdat ze toch nog wat hypofysehormonen produceren.

Duidelijk mag dus zijn dat voorkomen moet worden dat honden met een dergelijke ernstige handicap, waarvoor in de meeste gevallen geen goede behandeling beschikbaar is, worden geboren. Om te voorkomen dat er nog dwergjes geboren worden, moet gestopt worden met het kruisen van dragers van deze aandoening. Het probleem hierbij is, zoals gemeld, dat men aan de buitenkant van een hond niet kan zien of het dier drager is van de afwijking (=mutatie). Hiervoor is een genetische test nodig. En na 15 jaar intensief onderzoek op de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren van de Faculteit Diergeneeskunde is deze er nu! Als deze test wordt toegepast bij alle honden die gebruikt worden in de fokkerij dan hoeft er geen enkele dwerghond meer geboren te worden.

 

Misschien lijkt een dergelijke test niet zo van belang bij de Duitse herdershond ning gehouden worden met het feit dat veel dwergjes al sterven in de baarmoeder of vlak na de geboorte. Ook moet men beseffen dat indien slechts 1 procent van de honden dwerg is, maar liefst 18 procent van de populatie drager van de mutatie zal zijn. Het aantal dragers ligt hierdoor veel hoger dan men in eerste instantie zou denken! Indien nu 2 van deze dragers met elkaar gekruist worden zal gemiddeld genomen een kwart (!) van het nest uit dwergjes bestaan en de helft van het nest drager van de mutatie zijn.

Wijze van onderzoek/test

Voor de genetische test is 4 ml. bloed nodig dat moet worden opgevangen in een bloedbuis met EDTA als anti-stollingsmiddel. Dit bloedmonster moet per post worden opgestuurd ter attentie van:

Dr. H.S. Kooistra 

Departement Geneeskunde van Gezelschapsdieren
Yalelaan 108
3584 CM Utrecht

Naast het bloedmonster moet een kopie van de stamboom worden opgestuurd en zal de dierenarts zich garant moeten stellen voor de identificatie van de hond.

 

 

Als er geen sprake is van dragerschap ontvangt u een certificaat waarop staat dat uw hond vrij is van deze erfelijke afwijking. Uiteraard geeft een dergelijk certificaat een meerwaarde aan uw hond.
 

 

Retinadegeneratie of Progressieve Retina Atrofie (PRA)

Dit is een netvliesafwijking die bij veel rassen voorkomt en tot blindheid leidt.
Het begint meestal met slecht zien in het donker (nachtblindheid) en leidt
uiteindelijk na enkele jaren tot volledige blindheid.Er bestaat geen behandeling voor PRA.
PRA ontwikkelt zich bij veel rassen pas na het derde of vierde levensjaar.
Voor die tijd is er aan de hond niets te merken en bij het oogonderzoek ook niet te zien. Voor een aantal rassen bestaat er nu een DNA-test, waardoor bij pups al is vast te stellen of de hond genetisch vrij is of dat er een kans is op dragerschap of lijderschap. De verwachting is dat deze ontwikkelingen de komende jaren zullen doorgaan, waardoor het voor vele rassen mogelijk zal zijn PRA mbv DNA-technieken op te sporen.

Waarom moet er jaarlijks worden onderzocht?

Een aantal afwijkingen (bijvoorbeeld lensluxatie, cataract, PRA) ontstaat pas na enkele jaren. Een éénmalige test is dan niet voldoende, de afwijking kan zich immers nog later openbaren.

Tot welke leeftijd moet een hond worden onderzocht?
Ook dit wordt door de rasvereniging bepaald. Bij rassen waarvan bekend is dat nog op hoge leeftijd erfelijke oogafwijkingen naar voren kunnen komen, zal onderzocht moeten worden zolang de hond nog nakomelingen produceert.

Hoe verloopt het oogonderzoek?
Om het gehele oog goed te kunnen bekijken worden oogdruppels toegediend waardoor de pupil open gaat staan.

De druppels werken na ongeveer 20 minuten, de pupil blijft daarna circa 4 uur wijd.
De hond wordt in een verduisterde ruimte bekeken. Vóór het onderzoek wordt het "rapport oogonderzoek" ingevuld en ondertekend door de eigenaar/houder, waarmee deze toestemming geeft om de uitslag door te geven aan de W.K. Hirschfeldstichting.
De Stichting geeft de uitslag door aan de Rasvereniging als er een overeenkomst tussen deze twee partijen is. Ook wordt voor het onderzoek de identificatie (tatouage of
transponder) van de hond gecontroleerd. Het oogonderzoek gebeurt zonder enige sedatie ("roesje") en is beslist niet pijnlijk.
De uitslag is gelijk bekend en wordt op het "rapport oogonderzoek" vermeld.


 

 

 

Betekenis van de uitslag
"Vrij":
het dier vertoont geen verschijnselen van de aangegeven erfelijke oogziekte. Let op, dit betekent niet dat het dier de afwijking niet kan doorgeven aan de nakomelingen. Het kan een drager zijn. Ook is het niet uit te sluiten, dat het dier de afwijking later alsnog kan krijgen.

"Niet vrij": het dier vertoont de klinische symptomen van de erfelijke oogziekte.

"Twijfelgeval": zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van de erfelijke oogziekte; deze zijn echter onvoldoende specifiek.
"Twijfelgeval" betekent niet dat de onderzoeker het niet weet! Er zijn wel degelijk afwijkingen van het normale beeld bij de hond aanwezig, maar ze zijn niet duidelijk genoeg aanwezig om de hond "niet vrij" te verklaren.

"Voorlopig niet vrij": Geringe afwijkingen passend in het klinisch beeld van de oogziekte. Voortschrijden van het proces moet dit bevestigen. Meestal wordt na een half jaar de hond opnieuw beoordeeld.

Degeneratieve myelopathie

Degeneratieve myelopathie (DM) is een fatale progressieve neurologische aandoening van het ruggenmerg bij honden, vergelijkbaar met multiple sclerose bij mensen. De ziekte heeft een verraderlijk begin en vangt meestal aan tussen de leeftijd van 6 en 14 jaar. Vanaf de eerste tekenen tot het einde verloopt meestal 6 tot 18 maanden.

Op 15 juli 2008 is het gen, verantwoordelijk voor DM, gevonden in 43 hondenrassen. De ziekte wordt vooral geconstateerd bij de Duitse Herdershond en de Welsh corgi Pembroke. Andere rassen gevoelig voor DM zijn: Boxer, Pronkrug (Rhodesian ridgeback) en de Franse buldog. Een test is nu beschikbaar door middel van een zogenaamde “swap”. [1] Eerder al was het gen verantwoordelijk voor deze ziekte bij de Duitse Herdershond geïdentificeerd en een test [2] voor deze honden ontwikkeld maar dan met vers bloed, wat het testen moeilijker maakt.

Symptomen

Degeneratieve Myelopathy begint met zwakte en coördinatieverlies in de achterste ledematen. Eerst een poot en later de andere poot. De hond gaat slepen en waggelen met de achterpoten en struikelen. De nagels slijten en beschadiging van de poot kunnen volgen, waarna mogelijk infecties kunnen optreden. Later, als de verlamming verergert, valt de hond om, vooral op een gladde ondergrond. Lopen wordt steeds moeilijker. Een hond in goede conditie kan echter nog wel rennen (zolang de tweede poot nog bruikbaar is). Incontinentie betekent meestal dat het einde nabij is. Uiteindelijk worden de vitale organen aangetast. Het verloop van de ziekte is afhankelijk van de fysieke conditie en omgevingsfactoren. De hond wordt meestal stressgevoelig.

Oorzaak

In het ruggenmerg lopen de zenuwbanen welke de spieren aansturen. Deze zenuwen liggen in bundels gegroepeerd in de zogenoemde "witte stof". Deze witte stof wordt aangetast, de isolatie (myeline) van de zenuwen verdwijnt en de zenuwen sterven af, waardoor de aansturing van de spieren steeds minder wordt. Dit wordt veroorzaakt door een mutatie in een gen en het al dan niet aanwezig zijn van een bepaald allel. Bij de Duitse herder allel 1101*J, bij de Welsh corgi Pembroke is een ander allel verantwoordelijk.

Diagnose

De diagnose gebeurd door middel van eliminatie. Er kunnen meerdere oorzaken zijn voor de uiterlijke kentekenen van DM, zoals onder andere hernia, spondylose, tumor, cyste, infecties of hartaanval. Er kan een EMG, CT-scan en/of MRI-scan worden gemaakt. Geeft dit geen resultaat, dan wordt de diagnose DM gesteld. De definitieve diagnose is slechts mogelijk door middel van een autopsie.

Behandeling

Een bestaat geen behandeling welke DM tot staan brengt. Echter, soms is het mogelijk de ziekte te vertragen. De verschillende behandelingen welke op het Internet worden aanbevolen zijn zonder wetenschappelijk gemeten resultaat. Training bevordert de spieropbouw van de nog bruikbare spieren, waardoor de hond langer mobiel blijft. Aanbevolen is training, bijvoorbeeld wandelen (niet slenteren) en zwemmen. Waarschuwing: vermijdt stress, het kan het verloop van deze ziekte versnellen. Zelfs kleine chirurgische ingrepen kunnen van invloed zijn.[3]

Mogelijk medicijn is het geven van Aminocaproic zuur (EACA) in combinatie met het anti-oxidant N-Acetylcysteine (NAC). Een dierenkliniek meldt dat dit bij 15 tot 20 procent van de honden resultaat heeft.[3] EACA is alleen in de VS te bestellen, in Nederland kan het worden gemaakt door een apotheker. Een vitamine B-complex kan positief werken al dan niet in combinatie met EACA en NAC. Ook hier zijn veel aanbevelingen te vinden op het Internet, maar ook hier met onbewezen resultaat

 




Kennel en fokker Tsjechoslowaakse Wolfhonden en Duitse Herders van Meisels SteeFaith onze dwerggroei pupDuitse Herder pups verwachtFoto's TsjechTsjechoslowaakse WolfhondenklupLeven met een Tsjech Duitse HerderPAWS CRETETe koop, informatie, links, contact